overprikkeling

Grijp in bij overprikkeling

 

grijp in bij overprikkeling

Weet wat jouw triggers zijn, waar wordt jij onrustig van, waar krijg jij een meltdown van?

Maak een signaleringsplan

 

    1. Wanneer grijp je in? Hoe grijp je in?

a. Volg je gevoel: als je je even terug wil trekken, verminder prikkels: oordoppen, zonnebril, pet, terugtrekken, enzovoort

b. Voorkom stressvolle situaties, dus geen discussies als je prikkelgevoelig bent…

c. Welke coping mechanismes heb je? Waar wordt je rustig van (wandelen, de kat aaien, muziek luisteren, yoga-oefeningen, op een spijkermat liggen, een drukvest of zware deken, speel met frummeldingen, etc.)

d. Zorg voor een plan B: bedenk wat je kan doen als je toch een meltdown krijgt

e. Betrek je omgeving: leer aan je omgeving om jouw triggers te herkennen en doe aan realistisch verwachtingsmanagement. En als je daartoe in staat bent: laat aan je omgeving weten of merken dat jij weet of zelfs begrijpt hoe jouw meltdown voor hen is. Wederzijds begrip kan helpen om de stress in stressvolle situatie te verminderen.

      1. Leer je kind om met een meltdown om te gaan

a. Leer je kind om te zeggen/vragen wat het nodig heeft: ‘ik wil graag even naar mijn kamer gaan’, ‘kan je stoppen met roeren, dat overprikkelt mij’, enzovoort. Beelddenkers kunnen misschien met plaatjes of gebaren aangeven wat ze nodig hebben

b. Neem een kind serieus als het haar grenzen en behoeften aangeeft

c. Let op lichaamstaal en gedrag, stel open (en geen leidende) vragen om je vermoeden van overprikkeling te staven

d. Zorg dat ze voldoende rust krijgen, en een plek hebben om zich terug te trekken

e. Leer het kind om triggers bij zichzelf te herkennen

f. Leer het kind coping mechanismes aan die bij het kind passen en die werken

i. Sensory tools

ii. A list of people they can ask for help

iii. A comfort item

iv. A ‘secret sign’ to signal to caregivers that the child needs a break

g. Als het kind agressief is, probeer te achterhalen wat er gebeurd is, elk verhaal heeft twee of meerdere kanten

h. Als het kind zich misdraagt, spreek het daar (achteraf) op aan. Gemeen zijn of nodeloos agressief zijn is nooit acceptabel. Daaronder vallen een ander kind (of een volwassene) slaan, anderen uitschelden of spullen kapot maken.

i. Leer het kind wat wel mag als het agressief is:

i. In een kussen slaan

ii. Naar buiten gaan en in een weiland gaan staan gillen

iii. Een rondje rennen

j. Geef complimenten wanneer een kind goed gedrag vertoont

k. Praat met het kind NA een meltdown

 

Oefeningen om meltdowns te voorkomen:

Meer over ‘omgaan met meltdowns’:

Meer weten: