communiceren Oefeningen

jezelf op eerlijke en assertieve wijze uitdrukken (+script!)

zelfexpressie

Grenzen aangeven, op een gezonde manier, bestaat uit twee stappen:

  1. Door aandacht te besteden aan jezelf, aan je gevoelens, leer je je grenzen aanvoelen. Pas wanneer je weet waar je grenzen liggen, kan je ze gaan aangeven. Deze eerste stap kunnen ‘contact maken met jezelf’ noemen.
  2. Daarna kan je ‘contact maken met de ander’: de ander – zo neutraal mogelijk – vertellen waar jouw grenzen liggen.

Een voorbeeld:

We waren op een verjaarspartijtje van mevrouw N.

Op dat feestje was ook was meneer X. Hij houdt van wetenschap. En hij was net naar een tentoonstelling geweest met geprepareerde menselijke lijken.

Hij vond dit zo bijzonder, dat hij dit graag met anderen wilde delen, tijdens dit feestje. Hij hoopte dat anderen er net zo van onder de indruk zouden zijn als hijzelf.

Net toen mevrouw N. haar eerste hap zelfgemaakte appeltaart in haar mond stopte, begon meneer X. over de sappen die vrij komen tijdens het prepareren van dode mensen.

Mevrouw N. voelde de appeltaart omhoog komen in haar slokdarm. En mevrouw N. deed precies wat volgens de boekjes het beste is om te doen in zo’n situatie…

 

Neutraal en helder (in harmonie) uitdrukken

 

T.o.v. de ander, benoem, neutraal:

 

1. de situatie

2. het gedrag van de ander

3. wat het met jou doet (jouw gevoel)

4. wat jij wil/jouw verwachtingen

 

Signalen dat je te ver over je grenzen bent gegaan, of dat anderen te ver over jouw grenzen zijn gegaan:

  1. wanneer je boos wordt -> te ver over je grenzen heen gegaan
  2. wanneer je ‘verstart’ of bang wordt -> veel te ver over je grenzen heen gegaan

Wat kan je in dit geval nog doen?

  1. Onprikkelen en uitrusten, eerst tot jezelf komen, dan pas – vanuit rust – actie ondernemen
  2. Alsnog je grenzen aangeven. Je kan en mag altijd overal later nog op terug komen. Waarom is dat belangrijk?

Oefening: de laatste keer dat iemand over jouw grenzen is gegaan:

  1. beschrijf de situatie
  2. Benoem wat de ander doet
  3. Benoem wat dit met jou doet
  4. Benoem welk gedrag je van de ander verwacht

Bespreek deze casus met anderen, laat aan anderen lezen wat je geschreven hebt. Mensen die jou kennen, en niet bij het voorval waren betrokken. Wat vinden zij van je tekst? Vragen die je ze kan stellen:

  • vind je mijn woorden neutraal genoeg? Hoe zou ik het volgens jou nog vriendelijker kunnen zeggen?
  • wat zou jij voelen, als ik dit zo tegen jou zou zeggen?
  • hoe zou jij reageren als ik dit zo tegen jou zou zeggen?

Door ‘droog’ te oefenen, kan je je deze techniek eigen maken. Uiteindelijk, na veel oefenen, kan je misschien in een situatie zelf dit toepassen. Tot die tijd kan en mag je er altijd later op terugkomen. Dat helpt. In ieder geval heeft deze techniek mij geholpen om mijn contacten met de mensen om mij heen gezond en vriendelijk te houden. Zelfs wanneer ik sommige momenten niet als bijzonder vriendelijk ervaren heb.

Want bedenk je: er zitten altijd twee (en vaak nog meer) kanten aan een zaak. ‘Waarheid’ is een concept waar veel over te zeggen is: wat voor de één ‘waar’ is, hoeft voor de ander absoluut niet ‘waar’ te zijn. Wees lief voor jezelf, én voor anderen. En oefen met het aangeven van je grenzen!